veel gestelde vragen

algemeen (2)

Hormonale anticonceptie werkt door middel van hormonen die de ovulatie blokkeren en/of de innesteling van een embryo in de baarmoeder belemmeren. Om te begrijpen hoe dit werkt, eerst een korte beschrijving van de natuurlijke menstruatiecyclus. In de natuurlijke cyclus zorgt het hormoon FSH voor de rijping van een nieuwe eicel en het hormoon LH voor de eisprong. Beide hormonen worden geproduceerd door de hypofyse, een hormoonklier in de hersenen. De rijpende eicel maakt oestrogeen en het hulsje dat overblijft na de eisprong, maakt vervolgens progesteron. Progesteron en oestrogeen onderdrukken de hormonen FSH en LH, zodat er geen nieuwe eicel tot rijping komt. Als er geen bevruchting plaatsvindt, nemen de hormonen progesteron en oestrogeen af, waardoor de hormonen FSH en LH weer toenemen en zodat een nieuwe eicel tot rijping komt. Anticonceptiemiddelen bevatten progesteron en sommigen ook oestrogeen. Zij voorkomen dat een nieuwe eicel rijpt en dat er een eisprong (ovulatie) plaatsvindt.

Er zijn in grote lijn twee soorten hormonale anticonceptie.    

  1. Anticonceptie met twee hormonen, ook wel ‘combinatiemethoden’ genoemd. Deze anticonceptiemiddelen bevatten progestageen en oestrogeen. De voornaamste functie van progestageen is de bescherming tegen zwangerschap. Het oestrogeen zorgt voor het optreden van de menstruatiebloeding. Er zijn veel soorten progestageen. Er zijn drie soorten oestrogeen: ethinylestradiol, estradiol en estradiolvaleraat. Bij hormoon gerelateerde bijwerkingen kan het daarom zinvol zijn om te wisselen met een ander soort progestageen of oestrogeen. Methoden met twee hormonen zijn: de pil, anticonceptiepleister (EVRA) en anticonceptiering (NuvaRing). 

  2. Anticonceptiemiddelen met één hormoon bevatten progestageen. Het progestageen beschermt tegen zwangerschap. Door het ontbreken van oestrogenen kan de menstruatiecyclus onvoorspelbaar en onregelmatig zijn. Bloedingen kunnen vaker, minder vaak, langer of korter zijn of helemaal uitblijven. Methoden met één hormoon zijn het anticonceptiestaafje (Implanon), de hormoonspiraal (Mirena) en de prikpil.

Het kiezen van een anticonceptiemiddel is een persoonlijke keuze. Het heeft te maken met uw persoonlijke situatie en voorkeuren. Bent u man of vrouw? Heeft u nog een kinderwens of niet? Vindt u het belangrijk om ongesteld te worden? Houdt u rekening met een risico op soa/aids? Heeft u een voorkeur voor een middel met of zonder hormonen? In een consult zal een arts al deze zaken met u bespreken en u zelf een keuze laten maken.

de pil (9)

Tussen twee pillen mag nooit meer dan 36 uur zitten. Bij de minipil nooit meer dan 24 uur. Als de pil binnen 12 uur neemt, na het moment dat u hem normaal had moeten slikken, dan bent u nog beschermd. De pauzeweek (menstruatie) duurt nooit langer dan 7 dagen (bij een strip van 22 pillen nooit meer dan 6 dagen). Ook als u nog bloedt, moet u toch beginnen met de volgende strip. 

Bent u de pil vergeten in de eerste 7 dagen van de strip: dan kunt u de vergeten pil alsnog innemen en doorgaan met de strip. Wij raden wel aan gedurende 7 dagen aanvullende anticonceptie gebruiken, bijvoorbeeld condooms. Als er gemeenschap is geweest in de periode dat u de pil vergeten bent, adviseren wij om altijd de morning-after pil in te nemen. 

Bent u de pil vergeten tussen de 7de en de 14de dag van de strip: dan kunt u de vergeten pil alsnog innemen en doorgaan met de strip. Hierbij is geen aanvullende anticonceptie of morning-after pil nodig. 

Bent u de pil vergeten tussen de 14de en de laatste dag van de strip: dan kunt u de strip afmaken en zonder onderbreking doorgaan met de volgende strip. Of stoppen en na 7 dagen beginnen met een nieuwe strip. Hierbij is geen aanvullende anticonceptie of morning-after pil nodig. 

Als u meerdere malen de pil vergeten bent en/of in andere gevallen van twijfel (bijvoorbeeld bij braken, diarree of gebruik van bepaalde medicijnen) raden wij aan te overleggen met een arts.  

Als u door vergeten of stoppen van de pil zwanger raakt, is dat niet schadelijk voor de baby.

Mocht u het vermoeden hebben dat u ondanks pilgebruik toch zwanger bent, dan kunt u altijd een zwangerschapstest doen. Wanneer de test negatief is en u nog steeds twijfelt, kunt u de test na een week herhalen.

Drie uur na inname is de pil opgenomen in het bloed. Braakt u dus binnen drie uur na inname, dan moet u een nieuwe pil innemen. Dit is bij diarree ook het geval. Bij ernstige diarree of braken is de pil niet meer betrouwbaar en is het verstandig om een ander anticonceptiemiddel ernaast te gebruiken. Houd u dan de regels van pil vergeten aan.

Eigenlijk is de pauzeweek niet nodig. Als u geen pauzeweek neemt, bestaat de kans dat u na verloop van tijd last krijgt van doorbraakbloedingen. Dat is niet verontrustend, alleen is het moment wanneer u daar last van krijgt is wel onvoorspelbaar. De meeste vrouwen kunnen echter zonder problemen een aantal strips doorslikken.

Vaak is dat een kwestie van uitproberen. U begint met een pil, wanneer u geen klachten heeft kunt u met deze pil verder gaan. Het kan ook voorkomen dat u wel (veel) last van bijwerkingen heeft. Wanneer u net begonnen bent met de pil, kan dat komen omdat uw lichaam nog moet wennen. Wanneer u na drie maanden geen of niet voldoende verbetering merkt, kunt u in overleg met uw arts overstappen op een andere pil of ander anticonceptiemiddel.

De pil moet u elke dag innemen, bij voorkeur iedere dag op dezelfde tijd. Tussen twee pillen mag niet meer dan 36 uur zitten. Als u de pil altijd op tijd slikt, is hij voor 99% betrouwbaar. Wel moet u opletten bij medicijngebruik of als u ziek bent, waarbij u moet overgeven.

Artsen hebben een beroepsgeheim en mogen dan ook niets over een bezoek aan anderen doorvertellen. CASA belt niet naar huis en stuurt niet ongevraagd post. Het enige probleem kan een verzekering zijn die een rekening naar huis stuurt. Dit is eventueel met de arts of apotheek te bespreken.

Er zijn veel verschillende soorten anticonceptiepillen. Het grootste verschil zit in de gebruikte hormonen en/of in de hoeveelheid hormonen. De meeste bestaan uit 21 dezelfde pillen en hebben een stopweek van 7 dagen. Daarnaast bestaat er nog een 3-fasepil met 3 verschillende soorten pillen. Welke pil het meest geschikt is, hangt af van de persoonlijke voorkeur en is meestal een kwestie van uitproberen van welke bij u past. U kunt hiervoor o.a. terecht bij uw huisarts. 

Naast de pil kunt u kiezen uit nog veel meer anticonceptiemiddelen. Bijvoorbeeld het koperspiraal, het hormoonspiraal, de Nuvaring, De Evra-pleister, Implanon, het pessarium, condooms, sterilisatie, prikpil. Voor een algemeen idee van de werking en de voor en nadelen van de verschillende anticonceptiemiddelen kunt u hier meer lezen: http://www.casaklinieken.nl/nl/hulpaanbod/anticonceptie/anticonceptiemiddelen

condoom (3)

Meestal zijn funcondooms gemaakt voor de grap en niet geschikt om veilig mee te vrijen. Alleen condooms die voldoen aan de veiligheids- en verpakkingseisen kunnen veilig genoeg zijn om mee te vrijen. Dat hoort trouwens op de verpakking van het condoom vermeld te worden.

Nee, condooms zijn er in verschillende maten. Het kan een kwestie van uitproberen zijn welk condoom het lekkerste zit. Een condoom moet strak zitten, maar te strak is ook niet prettig. Kijk voor meer informatie op de websites van Condoomfabriek, Durex en de Condomerie.

Dit is een lastige vraag, want de meningen hierover verschillen nogal. Veel gebruikers van condooms vinden dat ze minder voelen, dit kan ook een voordeel zijn omdat het dan iets langer duurt voordat de man klaarkomt. Bovendien kan het omdoen van het condoom als een storende onderbreking worden ervaren. Uit onderzoek blijkt dat mensen die altijd condooms gebruiken hier minder last van hebben. Hieruit kunt u concluderen dat vooral ervaring met het gebruik van condooms een rol speelt.

spiraaltje (3)

Alle spiraaltjes moeten na 5 jaar worden vervangen. Voor het T-Safe koperspiraaltje geldt dat deze pas na 10 jaar vervangen hoeft te worden.

Zodra het spiraaltje door een arts is verwijderd, zou u meteen zwanger kunnen worden.

Als het goed is voelen u en uw partner niets van het spiraaltje tijdens de seks.

andere vormen van anticonceptie (1)

De Nuvaring is een flexibele kunststof ring, waarin net als de pil een combinatie van twee soorten hormonen zitten. De voor- en nadelen van hormoongebruik zijn dan ook vergelijkbaar met de pil. De Nuvaring moet één keer in de maand door uzelf in de vagina gestopt worden en na drie weken weer verwijderd worden, waarna een stopweek volgt. Hoe u de Nuvaring moet inbrengen, kunt u zien op www.nuvaring.nl. De werking van de Nuvaring vermindert ook niet na braken binnen drie uur na inname, terwijl dit bij de pil wel zo is. Of de Nuvaring een voor u geschikt anticonceptiemiddel is, kunt u het beste in overleg met een arts bepalen.